Navitronics DJI Droneshop

New EU drone rules from december 31 2020

De invoering van de EASA (European Aviation Safety Agency) regelgeving leidt tot verschillende categorieën voor het gebruik van drones. Deze drie categorieën (Open, Specific en Certified) hebben betrekking op toepassingen met respectievelijk een laag, gemiddeld en hoog risico (zie boven). Dronewijzer.nl richt zich op de Open categorie. Deze is onderverdeeld in drie subcategorieën:


A1: geschikt voor recreatief gebruik van drones tot 900 gram. U kunt over mensen vliegen, maar niet over grote groepen van mensen.


A2: geschikt voor bedrijfsmatig gebruik van middelgrote drones tot 4 kilo. U moet een afstand van minstens 5 meter aanhouden tot buitenstaanders.


A3: geschikt voor recreatief gebruik van grote drones en modelvliegtuigen tot 25 kilo. U moet een afstand van minstens 150 meter aanhouden tot woon-, bedrijfs-, industrie- en recreatiegebieden.



Europese regels voor dronepiloten Klasse 2


Vanaf 31 december 2020 gelden nieuwe, Europese regels voor het (semi)professioneel vliegen met een drone. Vliegt u als Klasse II-houder met een drone? Dan leest u hier wat er voor u verandert en aan welke regels u zich moet houden. De nieuwe regels voor Klasse II-houders gelden in alle landen van de EASA (European Aviation Safety Agency). Dit betekent dat de verschillende nationale regels vervallen en het voor bedrijven gemakkelijker wordt om internationaal te werken.


Bent u een Klasse I of II-houder, een FPV-dronepiloot, een drone- of modelvlieger in clubverband, een recreatieve dronepiloot of een opleidingsinstelling? Wat er voor u verandert, leest u op één van de onderstaande pagina's


Nieuwe regels: safety first

Het belangrijkste verschil tussen de oude en de nieuwe regels is dat het onderscheid tussen recreatief en beroepsmatig vliegen met een drone vervalt. Iedere dronegebruiker volgt dezelfde regels, die gebaseerd zijn op het risico van de vlucht en de drone zelf. Deze regels gelden in alle landen van de EASA.


Verplichte registratie


Vanaf 31 december 2020 bent u verplicht om u te registreren als droneoperator. Dat kan als persoon of als organisatie. Bestuurt u een drone die minder weegt dan 250 gram en geen camera heeft? Dan is registratie niet nodig. Ook voor speelgoeddrones (die het EU Keurmerk Speelgoed hebben) is registratie niet nodig. Als Drone brevet-houder heeft u al een OO-registratie op uw drone. Die moet worden doorgehaald. Dat zal DGLV voor u doen. U ontvangt daar bericht over. Alleen drones die vanwege het type gebruik in de gecertificeerde categorie vallen en daarmee een certificering moeten ondergaan, moeten apart worden geregistreerd in het luchtvaartregister. De online registratie zal plaatsvinden bij DGLV. Het registratienummer moet u zichtbaar aanbrengen op uw drone, bijvoorbeeld door een brandplaatje.


Drie categorieën: Open, Specifiek en Gecertificeerd

De nieuwe regels zijn opgedeeld in drie categorieën: Open, Specifiek en Gecertificeerd. Als u onder de Belgische regelgeving het Klasse II certificaat hebt gehaald, dan vliegt u al professioneel met drones. Dit zijn meestal vluchten met geringe risico’s. Alle vluchten die mogelijk waren met het Klasse II certificaat vallen onder de EU-regels in de Open categorie. Als u als Klasse II houder door wilt gaan met hetzelfde type werk dan moet u zich verder verdiepen in de regels voor de Open categorie.


Open categorie
In de Open categorie vallen dronevluchten met een laag risico, ver genoeg van mensen en met een drone van maximaal 25 kilogram. De drone moet aan CE-eisen voldoen. Als piloot bent u verplicht een Europees vaardigheidscertificaat te behalen, door te slagen voor een theorie-opleiding. U moet zich inschrijven bij de overheid om een uniek nummer te krijgen, dat u verplicht bent om op de drone aan te brengen. Er is voorafgaand aan een vlucht geen goedkeuring nodig van de overheid. Er zijn beperkingen in waar en hoe u mag vliegen en met welke typen drones.


Specifieke categorie
Binnen de Specifieke categorie vallen vluchten met hogere risico’s op de grond en in de lucht. In het algemeen geldt, dat als de vlucht de omstandigheden en de limieten van de Open categorie overschrijdt, deze vlucht in de Specifieke categorie thuishoort. Om te mogen vliegen in de Specifieke categorie, heeft u een vergunning nodig van DGLV. Dit kan ook een declaratie zijn wanneer het een door EASA gepubliceerd Standaard Scenario betreft. Er is ook een mogelijkheid om als bedrijf meer zelfstandig, zonder operationele goedkeuring van DGLV te werken. U kunt dan een Light UAS Operator Certificate (LUC) aanvragen.


Gecertificeerde categorie
In de Gecertificeerde categorie vallen bijvoorbeeld vluchten met een drone groter dan 3 meter voor het vliegen boven mensenmenigten, het vervoeren van mensen (taxidrone), of vervoer van gevaarlijke goederen.
Deze categorie is bedoeld voor alle vluchten die vergelijkbare risico’s hebben als in de bemande luchtvaart. Er geldt een systeem van vergunningverlening vergelijkbaar met bemand vliegen.


Algemene regels voor vluchten in de Open categorie
In de Open categorie zijn een aantal verschillende subcategorieën (A1 t/m A3), waarin gebruik van verschillende klassen drones mogelijk is. Voor combinaties hiervan gelden afzonderlijke beperkingen en voorwaarden. Hierover leest u verderop meer. Als dronepiloot in de Open categorie gelden een aantal algemene spelregels. Dit zijn:


- U vliegt altijd lager dan 120 meter, tenzij u dicht bij een object vliegt. Als u toestemming heeft van de eigenaar mag u tot 15 meter hoger dan het object vliegen;
- U mag alleen drones gebruiken met het CE-keurmerk C0 t/m C4;
- U moet uw de drone altijd in het zicht houden (VLOS);
- Uitzonderingen zijn vluchten met een waarnemer of vliegen met een drone in follow-me modus (niet verder dan 50 meter bij de piloot vandaan);
- U blijft op veilige afstand van mensen en vliegt niet boven bijeenkomsten van mensen;
- Uw drone mag niet zwaarder zijn dan 25 kilogram. ;
- U moet altijd voorrang verlenen aan ander vliegverkeer;
- Uw drone mag niet vliegen in autonome mode;
- U mag niet vliegen in no-fly zones. Waar u wel en niet mag vliegen met uw drone, kunt u controleren in de Drone-app van de Luchtverkeersleiding Belgie;
- Tijdens de vlucht mag u geen gevaarlijke stoffen vervoeren en mag u niets uit de drone laten vallen;
- Zijn er in uw nabijheid hulpdiensten actief, zoals politie of brandweer? Ga dan op een andere locatie vliegen.


Aanvullende regels Open categorie
Voor vluchten in de Open categorie gelden tevens aanvullende regels, ingedeeld in drie subcategorieën: A1, A2 en A3. Welke subcategorie op u van toepassing is, hangt af van het gewicht van uw drone. Het CE-label van uw drone (C0 t/m C4) bepaalt straks met welke subcategorie u te maken krijgt:


- A1: u mag:
-met uw lichte drone met CE-C0 (tot 250 gram) en C1 keurmerk (tot 900 gram) kortstondigboven mensen vliegen, zolang het niet om een menigte gaat. Er geldt wel de algemene regeldat je het overvliegen van niet betrokken mensen vermijdt.
-dit mag met zelfgebouwde drones, of met kant-en-klare drones zonder CE-C# kenmerk totmaximaal 250 gram, en later met CE-C0 en C1-drones wanneer deze op de markt verschijnen.
-in afwachting van de CE geclassificeerde drones mag u tot 1 januari 2023 met uw huidige drones tot 500 gram vliegen in A1, als u een door de Belgische overheid gedefinieerde kennistest heeft afgelegd;


- A2: u mag:
-met drones tot 4 kilo met CE-C2 keurmerk tot minimaal 30 meter afstand van mensenvliegen, niet erboven. Als de drone een lagesnelheidsmodus heeft (lager dan 3 m/s) dan magu de afstand verlagen tot minimaal 5 meter.
-in afwachting van de CE geclassificeerde drones mag u tot 1 januari 2023 met uw huidigedrones tot 2 kilo vliegen in A2, maar dan moet u minimaal 50 meter afstand houden totpersonen.


- A3: u mag:
-vliegen met een CE-C2 (tot 4 kilo) of C3 keurmerk (tot 25 kilo) met actieve identificatie opafstand en geo-awareness;
-vliegen met een C4-type (tot 25 kilo);
-dit mag met zelfgebouwde drones, of met kant-en-klare drones zonder CE-C# kenmerk totmaximaal 25 kilo, en later met CE-C2, C3 en C4-drones wanneer deze op de marktverschijnen.
-in afwachting van de CE geclassificeerde drones mag u tot 1 januari 2023 met uw huidigedrones vanaf 2 kilo en tot 25 kilo vliegen in A3.


Daarnaast geldt:
-als er mensen binnen uw vluchtgebied komen stopt u de vlucht;
-u behoudt een minimumafstand tot voorbijgangers 30 meter of meer met 1:1-regel(bijvoorbeeld 40 meter hoog, met 40 meter afstand). Dit geldt ook voor andere eigendommen en dieren;
-ook vliegt u minstens op een afstand van 150 meter van bebouwing, industrie,recreatiegebieden;
-u mag wel vliegen boven personen die betrokken zijn bij de vluchtuitvoering, en als ze op dehoogte zijn van instructies en veiligheidsvoorschriften van de vluchtuitvoerder.


Overgangsregelingen voor klasse II certificaathouder

De overgang van vliegen als Klasse II-houder naar vliegen in de Open categorie gaat in fasen. De belangrijkste momenten zijn:


31 december 2020
De nationale regels vervallen en de nieuwe EU-regels gaan in. Als u op die datum een Klasse II vergunning heeft, krijgt u één jaar de tijd om die om te zetten naar een EU-bewijs. Hoe de omzetting gaat plaatsvinden wordt gecommuniceerd. U moet zich in ieder geval vanaf 31 december 2020 bij DGLV registreren als operator. De unieke code die u dan ontvangt, brengt u aan op alle drones die u bezit. DGLV maakt uw eerdere droneregistratie in het luchtvaartregister (PH-registratie) ongedaan.


De drone waarmee u mag vliegen hoeft pas over twee jaar een C-markering te hebben. Wel geldt dat uw drone in de overgangsklasse valt:
Drones tot 250 gram in A1;
Drones tussen 250 en 500 gram mogen in A1 vliegen met een kennistoets gelijk aan die u al heeft gedaan voor Klasse II;
Drones tot 2 kg mogen in de A2-subcategorie vliegen;
Drones zwaarder dan 2 kg (maar niet zwaarder dan 25 kg) mogen alleen in A3 vliegen.


De waarde van het door de fabrikant opgegeven maximale startgewicht is bepalend.


31 december 2021
U kunt vanaf deze datum niet meer legaal vliegen met uw Klasse II. Dus u of de piloten die voor uw bedrijf vliegen hebben dan één of twee (A1/A3 en of A2) nieuwe Open categorie kenniscertificaten. Wel geldt nog steeds de overgangsregeling voor de drones zonder C-markering.


31 december 2022
Vanaf deze datum gelden alle nieuwe regels. De drones zonder C-markering mogen dan alleen vliegen in de A3 subcategorie, of als ze lichter zijn dan 250 gram in A1. Verder geldt de indeling in gebruik in subcategorieën met de C-markering zoals hieronder aangegeven.


CE-labels in de Open Categorie: C0 tot en met C4
Als drones met kenmerken op de markt komen, hoeft u als gebruiker alleen te checken welk C-nummer er naast het CE-label op de drone staat. Dat bepaalt in welke subcategorie u mag vliegen. De fabrikanten moeten ervoor zorgen dat de drones de eigenschappen hebben die voldoen aan de eisen uit die klasse. De C-nummers zijn als volgt ingedeeld:


C0
Weegt alles meegerekend niet zwaarder dan 250 gram. Maximale horizontale snelheid van 19 m/s. Kan ook speelgoed zijn. Moet een goede handleiding hebben met beschrijving van beperkingen en risico’s. Mogelijk follow-me-modus met maximaal 50 meter afstand. Veilig te besturen. Bij aankoop vindt u informatie over EASA-gebruiksvoorwaarden.


C1
Heeft dezelfde eigenschappen als C0, maar weegt maximaal 900 gram. Heeft daarnaast een lost link
procedure (komt zelf terug bij wegvallen radioverbinding). Heeft op afstand uitleesbare identificatie die de identificatiecode van de vlieger uitzendt, samen met het unieke serienummer van de drone, de positie en vliegrichting en de positie van de piloot. De drone ‘weet’ waar hij is. Het heeft verlichting voor nachtvluchten en laat de batterijstatus zien aan de piloot. Moet aan maximale geluidseisen voldoen.


C2
Naast de eigenschappen van C2, mag een drone uit deze klasse maximaal 4 kilo wegen. Dit kan een kabeldrone zijn met maximaal 50 meter kabel. De besturingsverbinding moet een beveiliging hebben. Voor een multicopter moet er een lagesnelheidsmodus opzitten die begrensd tot maximaal 3 m/s.


C3
Is gelijk aan C2, mag alleen een hoger gewicht hebben: tot maximaal 25 kilo en met een afmeting van maximaal 3 meter.


C4
Weegt maximaal 25 kilo, mag geen automatische vluchten kunnen uitvoeren (alleen stabilisatie). Is veilig te besturen, ook wanneer één of meerdere systemen uitvallen, en komt bij levering met een goede gebruiksaanwijzing en EASA-gebruiksinformatie.


Behalve C4 klasse drones hebben de klassen C0 tot en met C3 een begrenzing in hoogte tot 120 meter, of een systeem dat de piloot zelf de maximumhoogte kan instellen en kan monitoren. Dit is bijvoorbeeld nodig bij vliegen boven hoge objecten (met toestemming van de eigenaar) of bij vliegen in drone zones met beperking maximumhoogte tot bijvoorbeeld 50 meter.


Europees vaardigheidscertificaat
Afhankelijk van hoe en met welke drone u wilt vliegen zijn er in de Open categorie twee verschillende niveaus van kennistoetsen:


1.Het basisniveau (A1/A3) haalt u door een online opleiding te volgen en af te sluiten met een online examen. Dit bestaat uit 40 meerkeuzevragen, verspreid over negen verschillende onderwerpen. Deze onderwerpen zijn bijvoorbeeld: veiligheid van het luchtverkeer, luchtruimbeperkingen, privacy en gegevensbescherming. U slaagt als u minimaal 30 vragen goed hebt. Dan ontvangt u van DGLV een EU-dronebewijs. Dit certificaat geldt ook in andere EU-landen en is vijf jaar geldig. Voordat de geldigheid verloopt, moet u een verlenging aanvragen, anders moet u opnieuw examen doen. Bij verlenging kunt u kiezen tussen een opfriscursus doen of weer het examen doen.


2.Het tweede kennisniveau is vereist om met zwaardere drones en dichterbij mensen te mogen vliegen (A2). U moet dan ook nog een schriftelijke toets maken bij een erkend opleidingsinstituut. Het aanvullend examen bestaat uit tenminste 30 vragen. De extra onderwerpen omvatten: het weer, drone vliegprestaties en maatregelen ter beperking van risico’s op de grond. U slaagt als u minimaal 75% van de antwoorden goed hebt. Verder moet u verklaren dat u een praktische zelfopleiding met de drone van keuze hebt voltooid. Heeft u de twee theorie-examens en de praktijkervaring voltooid?Dan ontvangt u het EU-dronebewijs A2 van DGLV, dat ook vijf jaar geldig is. Ook deze is met de eerdergenoemde keuzes verlengbaar.


Verzekering
Het is verplicht om u te verzekeren voor lichamelijke of materiële schade aan derden door ongelukken met drones. Ga dus na of uw persoonlijke aansprakelijkheidsverzekering schade veroorzaakt door drones dekt.


Verantwoordelijkheden voor de eigenaar
De eigenaar, of bij bedrijven ook wel operator genoemd, is verantwoordelijk voor een aantal zaken. Wanneer er met zijn drone wordt gevlogen, heeft hij de procedures opgesteld waaraan iedere betrokkene zich moet houden. Als hij zelf niet vliegt, wijst hij de piloot aan, zodat duidelijk is wie de verantwoordelijkheid heeft voor de vluchtuitvoering. Hij zorgt ervoor dat dronepiloten voldoende zijn opgeleid en getraind en op de hoogte zijn van de risico’s. Voor de drone checkt hij of de juiste frequenties zijn ingesteld. Hij zorgt dat de papieren op orde zijn en dat de actuele geo-awareness data zijn geladen.


Handhaving
Omdat de nieuwe EU-regels vliegen in de Open categorie zoveel mogelijk uit het luchtvaartdomein heeft gehaald, is de politie de handhaver. Bij een incident of controle kunnen zij met de registratiedata aangebracht op de drone de eigenaar van de drone achterhalen. Die krijgt de eventuele boete. De piloot kan gevraagd worden zijn bewijs van kennis te tonen. Na de overgangsfase liggen de eisen aan de drones die u mag gebruiken vast. De C1 t/m C3 klasse drones zenden de identificatie op afstand uit, waardoor de positie van de piloot bekend is samen met de identiteit van de eigenaar.


Dronevluchten in andere EU-landen
In principe maakt het na 31 december 2020 niet meer uit in welk EU-land u vliegt. Uw in Belgie geregistreerde operator inschrijvingsnummer (aangegeven op al uw drones), is door de hele EU bekend. De piloten die voor u vliegen (of als u als operator zelf vliegt), hebben hun EU-drone kennisbewijs bij zich. Dat geeft ze daar dezelfde rechten. Alleen speelt het element van de lokale omstandigheden een rol. Bijvoorbeeld op het gebied van dronezones of minimumleeftijd. Stel u daarom altijd zo veel mogelijk op de hoogte van de lokale eisen.

Europese regels voor dronepiloten met een RPAS Klasse1 Certificate

Vanaf 31 december 2020 gelden nieuwe, Europese regels voor het professioneel vliegen met een drone.
Vliegt u als Klasse 1-houder met een drone? Dan leest u hier wat er voor u verandert en aan welke
regels u zich moet houden. De nieuwe regels voor klasse1-houders gelden in alle landen van de EASA
(European Aviation Safety Agency). Dit betekent dat de verschillende nationale regels vervallen en
het voor bedrijven gemakkelijker wordt om internationaal te werken.


Nieuwe regels: safety first
Het belangrijkste verschil tussen de oude en de nieuwe regels is dat het onderscheid tussen
recreatief en beroepsmatig vliegen met een drone vervalt. Iedere dronegebruiker volgt dezelfde
regels, die gebaseerd zijn op het risico van de vlucht en de drone zelf. Deze regels gelden in alle
landen van de EASA.



Drie categorieën: Open, Specifiek en Gecertificeerd
De nieuwe regels zijn opgedeeld in drie categorieën: Open, Specifiek en Gecertificeerd. Als Klasse
1-houder valt u waarschijnlijk in de Specifieke categorie.


Open categorie
In de Open categorie vallen dronevluchten met een laag risico, ver genoeg van mensen en met een
drone van maximaal 25 kilogram. De drone moet aan CE-eisen voldoen. Als piloot bent u verplicht een
Europees vaardigheidscertificaat te behalen, door te slagen voor een theorie-opleiding. U moet zich
inschrijven bij de overheid om een uniek nummer te krijgen, dat u verplicht bent om op de drone aan
te brengen. Er is voorafgaand aan een vlucht geen goedkeuring nodig van de overheid. Er zijn
beperkingen in waar en hoe u mag vliegen en met welke typen drones.


Specifieke categorie
Binnen de Specifieke categorie vallen vluchten met hogere risico’s op de grond en/of in de lucht.
Dit is de categorie waar de meeste vluchten voor u als Klasse 1 houder onder vallen. In het
algemeen geldt dat als de vlucht, de omstandigheden en de limieten van de Open categorie
overschrijdt, deze vlucht in de Specifieke categorie thuishoort. Voor alle vluchten in de
Specifieke categorie geldt dat vooraf een grondige risicoanalyse beschikbaar moet zijn. Denk
bijvoorbeeld aan:
• Vluchten dichter bij gebouwen of mensen dan toegestaan in de Open categorie;
• Vluchten in de buurt van luchtvaartterreinen;
• Vluchten met drones zwaarder dan 25 kilogram;
• Vluchten binnen de bebouwde kom met drones zwaarder dan 4 kilogram, maar kleiner dan 3 meter;
• Hoger vliegen dan 120 meter
• Buiten het directe zicht vliegen (BVLOS, beyond visual line of sight);
• Wanneer er dingen uit een drone komen, zoals pakjes of het besproeien van gewassen;
• Automatische vluchten;


Om te mogen vliegen in de Specifieke categorie, heeft u een vergunning nodig van DGLV. Dit kan ook
een door uzelf afgegeven verklaring bij DGLV zijn wanneer het een door EASA gepubliceerd Standaard
Scenario betreft. Er is ook een mogelijkheid om als bedrijf meer zelfstandig, zonder operationele
goedkeuring van DGLV te werken. U kunt dan een Light UAS Operator Certificate (LUC) aanvragen.


Gecertificeerde categorie
In de Gecertificeerde categorie vallen bijvoorbeeld vluchten met een drone groter dan 3 meter voor
het vliegen boven mensenmenigten, het vervoeren van mensen (taxidrone), of vervoer van gevaarlijke
goederen.
Deze categorie is bedoeld voor alle vluchten die vergelijkbare risico’s hebben als in de bemande
luchtvaart. Er geldt een systeem van vergunningverlening vergelijkbaar met bemand vliegen.


Als klasse 1-houder vliegen in de Specifieke categorie
Als u onder de Belgische regels het Klasse 1-certificaat heeft gehaald, vliegt u al professioneel
met drones. Alles in deze categorie is erop gericht om per vlucht de juiste maatregelen te nemen,
die de risico’s verkleinen. Dit doet u door het maken van een risicoanalyse. Er zijn geen algemene
regels en eisen, maar wel eisen per type vlucht. Hoe hoger het ingeschatte risico, des te steviger
zijn de eisen aan uw organisatie, de procedures, het kennisniveau van u als piloot en technische
eisen aan de drone.


Algemene eisen voor vliegen in de Specifieke categorie
Als uw type vlucht in de Specifieke categorie valt bent u verplicht zich als bedrijf of persoon bij
het luchtvaart-droneregister in te schrijven. Er zijn drie manieren om de rechten te krijgen om
vluchten in deze categorie uit te voeren. Dat zijn:
1. Het indienen van een declaratie voor één bepaald type vlucht (wanneer een standaard scenario
wordt gebruikt);
2. Het krijgen van een vergunning voor één bepaald type vlucht;
3. Het behalen van een LUC-vergunning (vrijwillige keuze).


Toestemming met verklaring DGLV
Om toestemming van DGLV te krijgen voor een speciaal type vlucht, doorloopt u een aantal stappen.
Het proces begint met het precies beschrijven wat u wilt gaan doen. Deze beschrijving heet een
conops (concept of operation). In de conops beschrijft u:
• de locaties waar u gaat vliegen;
• of u boven of bij welke objecten of bebouwing u vliegt;
• of u vliegt in de buurt of boven (groepen)mensen;
• in welk type luchtruim;
• onder welke weersomstandigheden;
• met welk type drone;
• of u de drone in het zicht houdt, of niet (VLOS of BVLOS);
• of er beveiligingsaspecten zijn;
• milieu- en privacyaspecten.

Vervolgens vergelijkt u dat met de beschrijvingen van de bestaande standaard scenario’s (STS1 en
STS2). Valt uw voorgenomen type vlucht volledig onder één van deze scenario’s? Dan dient u een
verklaring in bij DGLV. Daarin staat dat u alle in het STS beschreven risico verminderende
maatregelen hebt begrepen en deze heeft ingevoerd in uw bedrijf. U ontvangt van DGLV een
ontvangstbevestiging en een verklaring van volledigheid. Hierna kan u alleen voor dit specifieke
scenario aan de slag. Voor vluchten die niet onder één van de scenario’s vallen doorloopt u een
apart traject.


Standaard scenario’s alleen voor drones binnen de algemene eisen
Een verklaring ingediend door de aanvrager bij DGLV voor een door EASA gepubliceerd standaard
scenario kan alleen worden afgegeven bij drones die aan de algemene (afmetings)eisen voldoen. Dit
zijn:
• 3 meter, met VLOS, boven gecontroleerd terrein, niet boven menigte;
• 1 meter, met VLOS, niet boven menigte;
• 1 meter, met BVLOS, dunbevolkt gebied;
• 3 meter, met BVLOS, boven gecontroleerd terrein;
• In het algemeen geldt dat op basis van een door EASA gepubliceerd standaard scenario niet
hoger dan 120 meter mag worden gevlogen.
• in ongecontroleerd luchtruim (klasse F of G), of;
• in gecontroleerd luchtruim na coördinatie met Luchtverkeersleiding Belgie.


Europees Standaard Scenario STS1
Uw vlucht valt onder het STS1-scenario wanneer aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
• vluchten waarbij u de drone in het zicht houdt (VLOS);
• een maximale hoogte van 120 meter, boven gecontroleerd grondgebied;
• een vlucht in een bewoonde omgeving;
• een vlucht met een CE-C5 klasse drone.

Naast de algemene omschrijving van dit scenario, zijn er speciale voorwaarden die verband houden
met het gewicht en de hoogte. Bijvoorbeeld dat de horizontale snelheid nooit groter mag zijn dan 5
meter per seconde (18 km/u).


Eisen aan bedrijf bij STS1
Uw bedrijf beschrijft procedures in een operationeel handboek. Ook schrijft u een noodreactieplan
(emergency response plan - ERP). Hierin staat hoe de gevolgen van noodsituaties worden ingeperkt. U
bent als bedrijf verantwoordelijk voor de opleiding, training en geschiktheid van het personeel.
Het is voor dit scenario belangrijk dat voor de aanvang van de vlucht iedereen op de grond onder
het vluchtgebied geïnformeerd wordt over de risico’s. Deze personen krijgen een briefing met
instructies wat ze moeten doen om zich te beschermen en geven expliciet toestemming om deel te
nemen.


Eisen aan de piloot bij STS1
De piloot beschikt over een theoretisch- en praktijkdiploma. Voor de theorie betekent dat hij moet
voldoen aan de minimumeisen voor dit scenario. Dit wordt getest met een aparte kennistoets van 40
vragen. Heeft de piloot een A2-certificaat? Dan is dat een test met 30 vragen. Hij slaagt met 75 %
goede antwoorden. Daarnaast zijn er ook uitgebreide eisen aan de praktische vaardigheden, zoals
omschreven in het standaard scenario.



Europees Standaard Scenario STS2
Uw vlucht valt onder het STS2-scenario wanneer aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
• vluchten buiten het directe zicht (BVLOS), tot maximaal 2 kilometer van de piloot in
aanwezigheid van luchtruim-waarnemers, waarbij de dichtstbijzijnde luchtruim-waarnemer niet verder
weg staat dan 1 kilometer van de drone;
• een maximale hoogte van 120 meter, boven gecontroleerd grondgebied;
• een vlucht in een dunbevolkte omgeving;
• een vlucht met een CE-C6 klasse drone.

Komt uw drone tijdens de vlucht dichter dan 50 meter bij een object dat hoger is dan 105 meter? Dan
mag de maximumhoogte van de drone verhoogd worden tot 15 meter boven het object. U moet hiervoor
wel toestemming hebben van de eigenaar van het object. Zorg er daarbij voor dat dat de drone altijd
in het vooraf bepaalde operationele volume van de vlucht blijft. Tijdens de vlucht moet de minimale
zichtafstand meer dan 5 kilometer zijn. Bij het opstijgen en landen moet de drone altijd in uw
zicht zijn.
Zijn er geen waarnemers in het verre gebied? Dan mag de drone niet verder dan 1 kilometer bij u
vandaan komen. Laat uw drone in het stuk waarbij het niet meer in uw zicht is, in een
voorgeprogrammeerde mode vliegen. Met waarnemers op de juiste plekken, geldt een maximale afstand
van 2 kilometer tot de piloot.


Eisen aan het bedrijf bij STS2
U stelt een operationeel handboek op dat voldoet aan de minimale eisen. Naast de zaken die ook
onder de bedrijfseisen van STS1 staan, is voor dit scenario van groot belang dat het vooraf bepalen
van het operationele volume, de grond risicobuffers en het te controleren grondgebied grote
aandacht krijgt. Dat geldt ook voor de positionering, instrueren, communicatie en oefenen van
onderlinge samenwerking tussen piloot en waarnemers.


Eisen aan de piloot/waarnemer bij STS2
De piloot zorgt voor goed geprogrammeerde begrenzingen van het vluchtvolume. Hij checkt de goede
werking van de elektronische identificatie. Mocht het nodig zijn gedurende de vlucht van het plan
af te wijken, deelt de piloot deze informatie zo snel mogelijk met de waarnemers. Deze scannen
voortdurend het omringende luchtruim op risico op botsingen met andere luchtvaartuigen. Zij
alarmeren de piloot wanneer er gevaar dreigt en helpen om negatieve gevolgen te voorkomen, of te
minimaliseren.


Vluchten buiten de standaard scenario’s
Past uw vlucht niet binnen een standaard scenario? Dan moet u zelf een risicoanalyse uitvoeren. U
kunt hiervoor de SORA-methode volgen. SORA staat voor Specific Operations Risk Analysis. Met deze
methode volgt u een logisch proces om uw vlucht vooraf te analyseren op mogelijke risico’s, zowel
op de grond als in de lucht. U stuurt de volgende zaken naar de ILT voor een beoordeling:
• vluchtbeschrijving;
• risicoanalyse (SORA);
• alle voorgestelde risicobeperkende maatregelen;
• verklaring dat u die maatregelen neemt;
• verklaring dat u alles op orde heeft ten aanzien van privacy- en securityregels.


Toekenning vergunning door DGLV
DGLV beoordeelt uw voorstellen op de mate waarin ze er in slagen de risico’s in te perken, gegeven
de beschreven vluchtomstandigheden. Vervolgens stelt DGLV een vergunning op voor de specifieke
vlucht, waarin alle zaken zijn vastgelegd. Daarin staat bijvoorbeeld precies omschreven:
• welke beperkingen gelden;
• waar en hoe u deze vlucht mag uitvoeren;
• welke vereiste vaardigheden voor het bedrijf en de piloot gelden;
• wat de technische eisen voor de drone zijn.
Na ontvangst van de vergunning kunt u de vlucht uitvoeren. U doorloopt het vergunningsproces voor
elke vlucht die niet onder een standaard scenario valt.


LUC-aanvraag alleen voor een bedrijf
Als bedrijf kunt u de beoordeling van de risicoanalyses voor vluchten in de Specifieke categorie
ook zelf uitvoeren. Dan hoeft u niet meer per vlucht eerst goedkeuring van DGLV te krijgen. Als u
dit wilt, heeft u een LUC-vergunning nodig.

Om een Light UAS Operator Certificate (LUC) te behalen moet uw bedrijf een aanvraag indienen met
een beschrijving van alle dronegerelateerde procedures binnen uw bedrijf. U legt dit vast in een
operationeel handboek. Daarin staat de organisatiestructuur, welke functionaris waarvoor
verantwoordelijk is, en een beschrijving van het veiligheidsmanagementsysteem (VMS). Het handboek
bevat een beschrijving van hoe het bedrijf de risicoanalyses gaat uitvoeren, bijvoorbeeld met
behulp van de SORA-methode. Verder hoort bij de aanvraag een namenlijst met functietoekenning en
een verklaring dat alle ingediende documenten zullen worden nageleefd.


Operationele mogelijkheden met een LUC
Als DGLV alle ingediende documenten heeft goedgekeurd, ontvangt u de LUC-vergunning met vermelding
van de privileges:
• Vliegen zonder declaratie voor de standaard scenario’s;
• U keurt zelf vluchten goed volgens de pre-defined risicoanalyse (PDRA);
• U keurt zelf vluchten goed die niet volgens de PDRA gaan.


LUC geldt voor vluchten in alle EU-landen. Deze blijft voor onbeperkte duur geldig, zolang u zich
houdt aan de eigen procedures en de EU-regels. Voor controle op het naleven van de procedures moet
u de autoriteiten altijd toegang geven tot alle relevante zaken, zoals de faciliteiten, de drones,
gegevens en de operationele administratie.


Klassen van drones in de Specifieke Categorie in STS1 en STS2: C5 – C6
Speciaal voor de standaard scenario vluchten in de Specifieke categorie heeft de EU eisen opgesteld
voor de drones. Net als in de Open categorie moeten de producenten zorgen dat een drone
een bepaald CE-C# keurmerk mag voeren. Voor andere typen vluchten dan de standaard scenario’s kan
verwezen worden naar een van de CE-C# drones of er kunnen, afhankelijk van de risicoanalyse, nog
nadere eisen worden gesteld.


Kenmerken CE-C5 drone
Deze lijkt op een C3 type drone (maximaal opstijggewicht tot 25 kg en niet groter dan 3m,

elektrisch aangedreven) maar mag geen vastvleugelig vliegtuig zijn en hoeft niet per se een
geobewustzijnsfunctie te hebben. Beschikt over duidelijke hoogte informatie weergave, en heeft een
door de piloot te selecteren snelheidsbegrenzing functie tot max 5 m/s (18 km/u). Erg belangrijk is
de verplichte uitrusting met een separaat van de standaard besturing werkend vlucht beëindiging
systeem. De kwaliteit van de besturingsverbinding moet altijd zichtbaar zijn voor de piloot en
geeft signalen af wanneer die dreigt te uit te vallen.


Kenmerken CE-C6 drone
Deze lijkt op een C3 type drone (maximaal opstijggewicht tot 25 kg en niet groter dan 3 m) maar
hoeft niet per se elektrisch te worden aangedreven. De drone is begrensd in horizontale
vluchtsnelheid tot 50 m/s (180 km/u). Hoeft niet per se een geobewustzijnsfunctie te hebben.
Beschikt over duidelijke hoogte informatie weergave.
Heeft middelen om te voorkomen dat de drone buiten zijn vooraf gedefinieerde vluchtvolume (zowel
voor hoogte als horizontale limieten) komt. Is uitgerust met een betrouwbaar
vluchtbeëidigingssysteem met indicatie van de horizontale rest afstand. Heeft de mogelijkheid om
vooraf een traject in te programmeren. De kwaliteit van de besturingsverbinding moet altijd
zichtbaar zijn voor de piloot en geeft signalen af wanneer
die dreigt te uit te vallen. Al deze uitgebreide functies moeten goed beschreven zijn in het
bijkomende handboek.


Handhaving
Omdat in de Specifieke categorie een ontvangstbevestiging of een vergunning van DGLV nodig is,
hebben zij ook een rol bij de handhaving. Naast mogelijke controles door de politie tijdens de
vlucht, zal DGLV regelmatig inspecties uitvoeren bij bedrijven. Zeker als DGlV een verklaring
afgeeft, controleren zij achteraf of de beloftes naar behoren zijn nagekomen. Omdat er in deze
categorie uitsluitend wordt gevlogen met drones die een elektronisch op afstand uitleesbare
identificatie hebben, kan ook op afstand gekeken worden wie zich wel of niet aan de regels houdt.


Specifieke categorie dronevluchten in andere EASA-landen
Voor vluchten in de Specifieke categorie heeft uw bedrijf de toestemming nodig van de nationale
luchtvaartautoriteit van het land waarin u vliegt. In Belgie is dat DGLV. Voor een vlucht in de
Specifieke categorie in een ander land, stuurt u uw aanvraag, samen met de goedkeuring van DGLV,
naar de nationale luchtvaartautoriteit van het land waar u wilt gaan vliegen. Die stuurt de
bevestiging met eventuele nationale aanvullingen naar DGLV. Zij breiden de rechten van het bedrijf
uit door de originele toestemming aan te passen en u de uitbreiding toe te sturen. Met deze
toestemming op zak kunt u uw vlucht in het buitenland uitvoeren.


Beschikt uw bedrijf over een LUC? Dan kan de vlucht in het buitenland plaatsvinden zonder extra
toestemming van DGLV. U stuurt een kopie van LUC-vergunning samen met een beschrijving van de
operationele locatie(s) naar de nationale luchtvaartautoriteit in het buitenland. Deze omschrijving
gaat met name in op specifieke lokale omstandigheden zoals:
• luchtruim;
• het terrein;
• aanwezigheid van mensen(menigte);
• het weer.
Het bedrijf met de LUC mag zelf zorgen voor de nodige risico-evaluaties, en na het instellen van de
daaruit
gende risicoverminderende maatregelen, de vlucht uitvoeren.

Navitronics.be © Copyright 2007-2020. All Rights Reserved. Website made by Devroey Ives

This website uses cookies. By continuing to use this site, you accept our use of cookies.

Accepteren